Jahorina
Geschreven door Petar Molic
- Formaat 152x228
- 342 pagina's in zwart-wit, 0 pagina's in kleur.
- ISBN: 9789081414920
- 342 pagina's. Adobe PDF.
- ISBN: n.v.t.
- Pagina's afhankelijk van e-reader. ePub.
- ISBN: 9789081414937
- Het PDF en ePub eboek bestand samen in 1 bundel.
Bespaar tot 40%!
Recensie Carla Engelen
Jahorina van Petar Molic, het eerste deel van de Embopor-trilogie, is een mengeling van fictie en werkelijkheid en speelt zich af in Bosnië, waar de sporen van de Balkanoorlog nog duidelijk aanwezig zijn.
Hoofdpersonen in deze thriller zijn een Bosnische inspecteur die het onderzoek naar een serie moorden leidt en een Nederlandse voormalige politieagent die de dood van zijn vriendin, een journaliste, nader wil onderzoeken. Deze vriendin is tien jaar geleden onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen bij haar research naar ongepast gedrag van officieren van de VN-vredesmacht UNPROFOR tijdens de Balkanoorlog.
De auteur weet diverse verhaallijnen zodanig met elkaar te vervlechten, dat er langzaam een verband zichtbaar wordt tussen diverse moorden, de ontdekking van de journaliste en de georganiseerde mensenhandel. Het feit dat delen van dit complot zijn gebaseerd op ware historische gebeurtenissen geeft een extra dimensie aan deze thriller.
Petar Molic schetst een levensecht beeld van ingrijpende voorvallen tijdens de Balkanoorlog en de onderliggende verborgen waarheid. Met name de lotgevallen van slachtoffers van vrouwenhandel zijn inlevend beschreven.
Lezers die ingewikkelde complottheorieën een uitdaging vinden, zullen beloond worden met dit boek en zullen bovendien wat opsteken over de Balkanoorlog en de hierbij betrokken Europese organisaties.
Sommige organisaties in dit verhaal zijn echt, andere weer niet. Buiten een paar historische figuren die door hun wreedheden diverse geschiedkundigen en de media hebben geïnspireerd, zijn alle andere protagonisten in deze roman het resultaat van mijn verbeelding. Uitgezonderd Jan Frankor. Zijn belevenissen in de Balkan hebben mij geïnspireerd om deze trilogie te schrijven.
‘De overwinnaar schrijft de geschiedenis,’ heeft ooit Napoleon gezegd.
Elke oorlog heeft zijn duistere aspecten waarover niemand graag spreekt. Zelfs de overwinnaar niet. De geschiedenis van de laatste Balkanoorlog wordt niet alleen door drie etnische entiteiten verschillend geschreven, maar ook de Europese Gemeenschap heeft zijn eigen versie. In 2011 is het nog steeds onduidelijk hoeveel verborgen agenda´s er werden gebruikt toen UNPROFOR in 1991 voor het eerst in de Balkan werd ontplooid. Bleven de West-Europese landen in deze burgeroorlog werkelijk neutraal, zoals hun toenmalige politici proclameerden?
Wie nog steeds gelooft dat het wapenembargo voor al de strijdende entiteiten gold, weet niet dat de Amerikanen en de Russen gouden zaken deden met het leveren van wapens aan de Kroaten en de Serviërs. Alleen de Bosniakken kregen niets. Nochtans was de militaire machtsverhouding tussen hen en hun tegenstanders te vergelijken met die van de Amerikaanse cavalerie tegen de Indianen in het begin van de negentiende eeuw.
Hebben de blauwhelmen een ernstige poging ondernomen om wreedheden te beletten? Nee. Hebben ze de bouw van concentratiekampen verhinderd? Nee, ze ontkenden zelfs hun bestaan…totdat journalisten op gevaar van hun leven fotografisch bewijsmateriaal publiceerden. Hebben ze geprobeerd om het koelbloedig uitmoorden van volledige dorpen te vermijden? Nee. Hebben ze een genocide verijdeld? Nee. Zijn ze tussengekomen toen tienduizend burgers in Srebrenica werden vermoord? Nee. Toen Sarajevo gedurende drie jaar door zwaar geschut werd beschoten, hebben ze acties ondernomen om dit te doen stoppen? Nee. Hebben ze om hulp roepende dorpelingen geëvacueerd, wetende dat die ´s nachts zouden worden vermoord indien ze bleven? Nee.
Alsof dat nog niet volstaat om deze passieve partijdigheid te laken, zijn er rapporten opgemaakt over het gedrag van hooggeplaatste Europese vertegenwoordigers en UNPROFOR-militairen die Bosnische vrouwen in gevangenschap zouden hebben misbruikt. Namen van generaals staan daarin geciteerd. Die ontkennen, ondersteund door hun regeringen. Alsof die erbij waren. Waarom weigeren de beschuldigden dan een confrontatie met hun slachtoffers? Welke brave huisvader en huismoeder heeft daarover iets gehoord of gelezen? Geheimhouding? Censuur?
Karadzić, Mladić en nog zoveel anderen gezochte oorlogsmisdadigers zijn gehaat voor wat ze hun medemensen hebben aangedaan. Wie heeft ooit verhalen gehoord over neutrale UNPROFOR-autoriteiten die hun positie hebben misbruikt om vrouwen in nood te verkrachten? Welke burger heeft weet van de duizenden vrouwen die tijdens deze burgeroorlog in gevangenschap werden misbruikt, terwijl neutrale waarnemers passief toekeken of actief aan verkrachtingen deelnamen?
In Bosnië was ´menselijkheid´ een ´politieke definitie´. Duizenden gewapende blauwhelmen in humanitaire opdracht hebben passief toegezien hoe duizenden burgers werden vermoord. Nee, de soldaten treffen geen schuld. Ze gehoorzaamden een mandaat dat in naam van de neutraliteit verbood deze bloedbaden te verhinderen. Een mandaat dat door politici werd gestemd komende uit landen die na de Tweede Wereldoorlog de Duitse bevolking beschuldigden passief te hebben toegekeken hoe Adolf zijn misdaden tegen de mensheid beging. Collectief voyeurisme. Schuldige passiviteit.
Tussen 1998 en 2003, heb ik heel wat autochtonen gesproken. Ze behoorden tot de drie etnische gemeenschappen maar geen van hen geloofde in de doeltreffendheid van de Europese politiek in hun land.
Verborgen agenda´s? Het is een feit dat na vijftien jaar oorlog, de sporen van de bloederige oorlog nog steeds duidelijk zichtbaar zijn. In hetzelfde tijdsbestek was een totaal verwoeste Duitsland bijna volledig heropgebouwd.
Op 1 januari 2003 nam de European Union Police Mission (EUPM) de opdracht over van de International Police Task Forces (IPTF) om de lokale politie te helpen bij de reformen die door de Dayton akkoorden werden opgelegd. Dat belette niet dat de werkeloosheid gestadig steeg, terwijl de zwarthandel nog steeds even florerend is. De werkende klasse heeft geen enkel vertrouwen meer in de Europese instellingen. Als je hen vraagt wat ze van hun aanwezigheid denken, halen ze onverschillig de schouders op. De opdracht zou drie jaar duren, maar op het ogenblik van dit schrijven, einde november 2009, is de EUPM nog steeds aanwezig. Het vooruitzicht om er te vertrekken ligt in een niet te bepalen verre toekomst.
Hoewel dit verhaal een fictie is, zijn de achtergronden reëel. De plot is gebaseerd op geschiedkundige feiten die gedocumenteerd staan in Bosnische verslagen, boeken en getuigenissen die waarschijnlijk nooit in de Europese geschiedenisboeken zullen worden vermeld. Een thema waarover, buiten de slachtoffers, niemand graag spreekt.
EMBOPOR staat voor European Mission Bosnian Police Reform, een fictieve organisatie, ook al vertoont die veel gelijkenis met de European Union Police Mission. Het verhaal is gebaseerd op historische achtergronden, op de getuigenissen van Jan Frankor (pseudoniem) die in 2002 voor de EUPM heeft gewerkt. Sommige van zijn belevenissen zijn in dit verhaal opgenomen.
Tijdens de oorlog werden op de Jahorina Bosnische vrouwen gevangen gehouden en dit is door talrijke getuigenissen bevestigd. De verdachtmakingen van UNPROFOR-officieren staan genoteerd in talrijke verklaringen, opgenomen in een document van het Centrum voor Onderzoek en Documentatie van de Liga van de gevangenen in kampen van Bosnië en Herzegovina.
Hoewel al deze gebeurtenissen en de betrokken personen mij hebben geïnspireerd, zijn in deze roman alle personen en handelingen fictief of worden fictief gebruikt. Het verhaal is een uitgebalanceerde menging van fictie en werkelijkheid. Het is aan de lezer om uit te maken wat werkelijkheid en wat fictie is.
De tweede hummer stopte aan de achterpoort. Ze hoorden portieren slaan. Kwam iemand hen achterna? Hopelijk komen ze onze richting niet uit. Zerdin wist echter beter. Hun tegenstanders waren specialisten. Commando´s. Ze lagen plat en dicht tegen elkaar op de zachte vochtige bosgrond. Zerdin hoorde het kloppen van zijn hart in zijn keel.
Lang bleven ze niet in het ongewisse. Brekende takken kondigden aan dat minstens één soldaat hun richting uit kwam. Ze lagen onder een dichte struik op een plek waar een doorgang het moeilijkst was en hoorden dat de achtervolger een nog lager gelegen spoor had gekozen, zo’n drietal meter onder hen.
Kojić klopte op zijn dijbeen en hij begreep meteen de bedoeling. Zerdin bleef liggen en volgde met spanning de bewegingen van de Zwarte Panter, de geruisloze dood. Op dat ogenblik dankte hij de profeet dat hij deze man bij zich had. Met kloppend hart volgde hij Kojić´ bewegingen en zag hoe hij uiterst traag uit het struikgewas gleed terwijl onder hem een zwarte bivakmuts opdook. Die kerel passeerde bijna onmerkbaar hun schuilplaats. Voortdurend loerde naar beneden en na elke paar meter bleef hij even gehurkt zitten om te luisteren. Een specialist, maar hij was fout door te denken dat een mogelijke tegenstander een lager gelegen spoor zou hebben gekozen. Kojić was in het voordeel omdat hij zijn tegenstander zag en omdat de andere niet eens wist of er iemand was. Zonder het te beseffen, was de jager het wild geworden. Toch moest de soldaat op zeker ogenblik het gevaar hebben geroken. Hij reageerde ongelofelijk snel maar nog voordat hij zijn draaiende beweging had voltooid, trof de kolf van Kojić´ zwaar pistool hem heel hard en precies op zijn linkerslaap. Kojić greep het vallende lijf en verhinderde dat het van de helling afrolde. Hij trok de bewegingsloze massa achterover, legde de arm om de hals en een akelig knakkend geluid maakte een einde aan het avontuurlijke leven van een witte wolf. Kojić greep de P90 en legde die naast zich. De verhalen over deze man waren niet overdreven. Misschien hebben we toch nog een kans, hoopte Zerdin. Een blik naar achter stelde hem gerust. De paratroeper was alleen. Zerdin hoopte dat Effendić even goed als Kojić was. Misschien had zijn team toch nog een kans.
‘Zerdin, het lijk de struiken in,’ siste Kojić.
Zerdin liet zich tot op het smalle spoor naar beneden glijden en samen sleurden ze de man naar de plek waar ze voordien hadden gelegen. Als een paling gleed Kojić weer naar beneden, zocht een tak met bladeren en wiste hun sporen terwijl hij weer naar Zerdin terug kroop.
‘Hij is van mijn gestalte,’ fluisterde Kojić.
Een lijk uitkleden is geen gemakkelijke klus en het kostte hen tien minuten, terwijl in de verte af en toe salvo´s weerklonken. Dat was een goed teken want zolang er geschoten werd, boden zijn mannen nog weerstand.
Achter de betonnen wandplaten van het pakhuis brulde iemand bevelen. Wisten die kerels dat ze er waren?
‘Verdomd, wat doen die daarbinnen?’ vroeg Zerdin, terwijl Kojić zich snel omkleedde.
‘Die steken het pakhuis in brand om alle sporen te wissen,’ fluisterde Kojić. Het zwarte pak bleek een maat te groot maar het viel niet op. Hij behield zijn eigen schoenen omdat die van de dode te groot waren.
‘Niemand zal het verschil zien,’ meende hij terwijl hij de bivakmuts over zijn hoofd trok. Nu begreep Zerdin waarom Kojić de man geen kogel door het hoofd had gejaagd, wat minder gevaarlijk zou zijn geweest dan hem te besluipen en met de hand te doden. Kojić had geanticipeerd om nadien geen bebloede bivakmuts te moeten aantrekken.
Moeizaam schoven ze het lijk onder de struiken en bedekten het met losliggende takken. Zeker geen takken van de bomen afbreken. Een goede spoorzoeker zou zoiets opmerken. Voordat ze zich weer in beweging zetten, controleerde Kojić het magazijn. Vol. Vijftig patronen moesten voldoende zijn om zich uit deze netelige situatie te bevrijden. Hopelijk waren er in het pakhuis maar weinig soldaten achtergebleven. Ze moesten opschieten want het zou niet lang duren voordat ze de dode soldaat zouden missen.
Na controle van hun uitrusting, haastten ze zich naar de voorkant. Kojić stapte resoluut langs de hoek en liep nonchalant het pakhuis binnen, het hoofd licht naar beneden gebogen. Hij had weinig keus. Zijn vermomming was perfect, maar waardeloos als iemand hem zou aanspreken. Zijn Engels klonk verschrikkelijk.
Zerdin zag dat er geen enkel commando buiten op het plateau was gebleven. Hij sloop langs de muur naar de open poort toe. De lengte van het pakhuis schatte hij op een vijftigtal meter. Hij liet Kojić een paar meters voorsprong alvorens een blik om de hoek te werpen. In een oogopslag zag hij dat er twee mannen in het kantoortje bezig waren en dat Kojić er onbevreesd naartoe marcheerde.
De tweede Hummer stond aan de achterpoort. Tussen de rekken links ontwaarde hij twee individuen die niet konden zien dat Kojić het kantoor binnenstapte. De twee in het kantoor keken niet eens op. Toen zag hij het pistool met geluidsdemper en hoorde twee doffe knallen. Bloed spatte tegen de ramen en Kojić kwam naar buiten gemarcheerd. Met grote stappen wandelde hij resoluut naar de twee paratroepers die niets hadden gezien maar die wel het gedempte geluid van schoten hadden gehoord. ‘Hei, wat was dat,’ riep de grootste van de twee.
Kojić antwoordde niet, stak echter zijn hand omhoog en naderde met grote stappen.
‘Wie heeft er geschoten? Gil? Tom?’ riep dezelfde persoon. Zijn stem verraadde achterdocht. Kojić naderde tot op tien passen en daar kreeg de tweede paratroeper zijn schoenen in het oog. ‘Hij is niet van ons…’ begon de man te schreeuwen, maar verder kwam hij niet. Al lopende schouderde Kojić zijn geleende P90 en haalde de trekker over. Een kort salvo van drie patronen. De man viel achterover en was dood voordat hij tegen de bodem sloeg. De andere reageerde Instinctief in het besef dat hij nooit tijdig kon riposteren. Met een krachtige sprong dook hij tussen de banken. Maar Kojić had een dergelijke reactie voorzien. Hij bleef in beweging, bereikte de plaats waar de andere had gestaan en ontdekte hem op de rug liggend tussen de banken. Indien zijn P90 niet was blijven haken, had de soldaat het gehaald maar voordat hij de loop in de goede richting kreeg, loste Kojić twee korte salvo´s. Hij trof de soldaat een aantal keren dodelijk in de borst, richtte dan de loop op het hoofd en haalde kort de trekker over. Genadeschot. Toen bleef het stil.
Zerdin aarzelde niet langer, spurtte naar het kantoortje en liep naar binnen. Voor de monitor lagen twee lijken. In één oogopslag ontwaarde tegen de monitors C4 springladingen met de elektronische ontstekers erin. Hij vloekte, greep snel een P90 van de schouder van een van de slachtoffers. Toen hij weer in het pakhuis stond, zag hij Kojić zijn bivakmuts aftrekken.
‘Zo goed waren die niet,’ grijnsde Kojić.
Lachend kwam hij naar Zerdin gelopen. Ze hadden de vijand verschalkt en ineens waren hun kansen op overleven enorm gestegen. Zerdin zuchtte opgelucht. Ze zouden het redden.
Kojić grijnsde zijn tanden bloot, wierp zijn bivakmuts achteloos over zijn schouder en controleerde het magazijn van zijn P90. Op dat ogenblik explodeerde zijn hoofd.
Bloed, huid, stukjes weefsel, hersenen, stukjes schedel spatten in het rond. Zerdins verstijfde en staarde onthutst naar het lichaam dat naar hem toe vloog en voor zijn voeten tegen de grond kwakte.
Het opslaande hoofd wierp massa´s bloederig weefsel over zijn broek en schoenen. De helft van Kojić´ gezicht was verdwenen. Armen en benen bewogen zich in laatste stuiptrekkingen. Zerdin wist dat de man dood was.
0 uit 10 gebaseerd op 0 reviews.

Bestellen