Familiealbum en biografie van een gamankeerde don juan
Geschreven door Evert Beiboer
- 125 pagina's. Adobe PDF.
- ISBN: n.v.t.
Het boek is door mijn man geschreven. Hij is in 2009 overleden.
Hij wilde graag nog even voortleven in de gedachten van een of andere
welwillendelezer. Het voorwoord is ook door hem geschreven.
VOORWOORD
Nostalgische en ten dele gekleurde herinneringen van een bijna zeventig-jarige voor wie bij gebrek aan toekomst het verleden uiteraard een steeds belangrijkere plaats begint in te nemen. Die zich tevens — wat laat misschien — begint te realiseren dat hij met de stille figuur die nu nog schimmig tussen het geboomte rondwaart eens een onherroepelijk rendez-vous zal hebben in Ispahaan en die aan het einde van deze eeuw — die toch voor een groot gedeelte zijn eeuw was — op de drempel van het nieuwe millenium nog eens wil terugblikken op zijn leven, en onder woorden brengen wie hij is, waar hij vandaan komt, welke gebeurtenissen in zijn leven voor hem van belang zijn geweest. Dit is wellicht de voornaamste reden voor dit familiealbum en voor voor mijn verhaal. Bovendien sterf ik kinderloos, heb dat tot voor kort nooit een probleem gevonden, er zijn immers een stiefdochter en twee adoptief-kleinkinderen, maar ik merk nu dat ik het toch jammer begin te vinden dat er geen ‘eigen bloed’ is waarin ik voortleef, dat met mijn verscheiden de Beiboer-tak waartoe ik behoor dood hout geworden is, want ook mijn enige volle nicht, Lettie Kooistra, heeft geen nageslacht weten voort te brengen. Is dat ook een overweging geweest om deze herinneringen vast te leggen? Nog even voortleven in de gedachten van de een of andere welwillendelezer? Daar moet ik me dan vooral maar niet al te veel van voorstellen.
Hoofdstuk 01
Hoofdstuk 02
Hoofdstuk 03
Hoofdstuk 04
Hoofdstuk 05
Hoofdstuk 06
Hoofdstuk 07
Hoofdstuk 08
Hoofdstuk 09
Hoofdstuk 10
Hoofdstuk 11
Hoofdstuk 12
Hoofdstuk 13
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 15
Hoofdstuk 16
Hoofdstuk 17
Hoofdstuk 18
Hoofdstuk 19
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 21
Hoofdstuk 22
Hoofdstuk 23
Hoofdstuk 24
Hoofdstuk 25
In de derde klas van de ULO ben ik eens met m’n zware schooltas achter een volwassen vrouw aangelopen. Ze droeg een lange mantel en liep op hoge hakken. Er was verder niets bijzonders aan haar. Met een enorme erectie heb ik haar door een groot deel van de stad gevolgd. Als zij stil stond voor een winkel stond ik ook stil, en soms was er geen winkelruit voor mij om in een etalage te kijken en dan keek ik maar wat om mij heen en naar boven. Mijn penis schrijnde enorm, want de voorhuid was teruggegleden, en de blote eikel schuurde onder het lopen tegen mijn onderbroek, maar ik ging door, juist, ja,‘iets onbestemds dreef mij voort’. Op de duur werd de pijn zo erg, dat ik ergens op een stoep moest gaan zitten, totdat alles min of meer tot normale proporties was teruggekeerd. En toen kwam het pijnlijke karwei de wat te nauwe voorhuid weer over de eikel te trekken. Waar ik dat heb gedaan herinner ik mij niet, en daarna ben ik heel gewoon naar huis gegaan.
Wat mij toen heeft bezield, ik zou ‘t niet hebben kunnen vertellen, nú denk ik, dat het een soort primitief jachtinstinct geweest moet zijn. ‘t Was vreemd, maar ook opwindend, misschien zelfs voer voor psychologen : een schriel ventje van een jaar of veertien met een schooltas en een ziekenfondsbrilletje, die een volwassen vrouw volgde.‘Stalken’, heet dat tegenwoordig. Als ze mij boos had aangesproken, was ik beslist door de grond gezakt, maar ze heeft niets gemerkt. Haar gezicht heb ik nooit gezien, er waren alleen die lange mantel en die hoge hakken.
0 uit 10 gebaseerd op 0 reviews.

Bestellen